logo

Geen rechtsbelangen die niet in de Nederlandse rechtssfeer liggenprint icon

Registratienummer: 201308824/1/A2

Hoger beroep tegen: 12/3747

Datum: 30-07-2014

Rechtsgebied: [jurisdictions:rvrkb:jurisprudence]

Instantie: Raad van State

Appellant: Raad voor Rechtsbijstand

Uitspraak: Hoger beroep ongegrond

Onderwerp: Toevoegcriteria; Geen rechtsbijstand voor rechtsbelangen die niet in de Nederlandse rechtssfeer liggen

Essentie:

De afgewezen aanvraag ziet op het voeren van een schadevergoedingsprocedure tegen R. Mladic, die verantwoordelijk zou zijn voor de dood van de vader en broer van rechtzoekende in Srebrenica. De aanvraag is afgewezen omdat er geen aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de RvR (hierna: ‘de raad’) niet voldoende heeft gemotiveerd welke omstandigheden maken dat de rechtsbelangen niet in de Nederlandse rechtssfeer liggen en hoe zwaar die omstandigheden gewogen moeten worden in verhouding tot de factor rechtsmacht. Het hoger beroep is ongegrond. In een nieuw besluit heeft de raad voldoende gemotiveerd dat in dit geval het geschil onvoldoende aanknopingspunten heeft met de Nederlandse rechtssfeer als bedoeld in art. 12 van de Wrb. Niet in geschil is immers dat partijen beiden een buitenlandse nationaliteit hebben, de gestelde onrechtmatige daad en daaruit voortvloeiende schade zich in het buitenland hebben voorgedaan en het buitenlandse recht op de te voeren procedure van toepassing is. Evenmin hoeft Nederland de kosten te dragen voor rechtszaken die tegen gedetineerden van alhier gevestigde internationale hoven worden aangespannen.

Integrale uitspraak:

Annotatie mr. L. Zegveld

De feiten.

De ouders en broer van Nuhanovic zijn in 1995 vermoord door de Bosnisch Servische troepen van Ratko Mladić in Srebrenica, in Bosnië-Herzegovina. Mladić heeft zich jaren weten schuil te houden, maar is uiteindelijk overgeleverd aan het Joegoslavië Tribunaal. Op 16 mei 2012 is het proces tegen Mladić begonnen. Nu Mladić is aangehouden wil Nuhanovic hem aansprakelijk stellen voor de dood van zijn ouders en broer en alle schade die daaruit is voortgevloeid en nog steeds voortvloeit. Hij heeft voor die civiele procedure een toevoeging aangevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand. De aanvraag is afgewezen, omdat er onvoldoende aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer, een beslissing die de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in stand heeft gelaten. Het is de eerste keer dat een aanvraag rechtsbijstand is gedaan die ziet op misdrijven die tevens vallen binnen de jurisdictie van een internationaal tribunaal dat in Nederland is gevestigd.

Noot

Op Nederlands grondgebied zijn verschillende internationale tribunalen gevestigd, die verdachten van internationale misdrijven vervolgen en berechten: het Internationaal Strafhof, het Libanon Tribunaal, en de oudste, het Joegoslavië Tribunaal. De misdrijven die deze tribunalen berechten, hebben een enorm aantal slachtoffers veroorzaakt. De vraag is hoe die slachtoffers hun recht kunnen halen. Slachtoffers van de misdrijven gepleegd in het voormalig Joegoslavië kunnen bij het Joegoslavië Tribunaal niet terecht. In zijn resolutie 827 (1993) van 25 mei 1993, waarin het Statuut van Joegoslavië Tribunaal werd vastgesteld, bepaalde de VN-Veiligheidsraad dat "the work of the International Tribunal shall be carried out without prejudice to the right of victims to seek, through appropriate means, compensation for damages incurred as a result of viola­tions of international humanitarian law".Voor ernstige vormen van schade – dood of ernstig letsel – biedt het Joegoslavië Tribunaal echter zelf geen rechtsmiddel. Artikel 106 van de ´Rules of Procedure´ bepaalt dat slachtoffers die schadevergoeding willen, zich moeten wenden tot een nationale rechter of andere bevoegde instantie. In deze nationale procedure kunnen de slachtoffers zich dan beroepen op uitspraken van het Joegoslavië Tribunaal, die bindend zijn. De regels van het Joegoslavië Tribunaal verwijzen Nuhanovic dus uitdrukkelijk naar de nationale rechter.

Nu Mladić in Scheveningen is gedetineerd, is de Nederlandse rechter naar alle waarschijnlijkheid bevoegd om de vordering van Nuhanovic tegen Mladić te behandelen. Bepalend voor bevoegdheid is immers de werkelijke verblijfplaats van de gedaagde. Toch zal Nuhanovic geen vordering tegen Mladić aanhangig kunnen maken. Omdat hij geen aanspraak kan maken op rechtsbijstand in Nederland. De Raad voor Rechtsbijstand stelt zich op het standpunt dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer om een toevoeging te kunnen afgeven. De Raad vindt dat het toeval is dat het Joegoslavië Tribunaal in Nederland zit en dat het niet logisch is dat Nederland voor de kosten van de procedures van de slachtoffers opdraait. De Raad vreest een hausse aan claims van slachtoffers als ze de toevoeging zou afgeven, en - daarmee – hoge kosten. Met het oordeel van de Raad zijn vorderingen van slachtoffers van internationale misdrijven die binnen de jurisdictie vallen van hier gevestigde tribunalen als categorie in zijn geheel uitgesloten.

Het grote probleem waar we mee blijven zitten, is in welk land Nuhanovic en andere slachtoffers wel terecht kunnen met hun vordering. Mladić hield zich tot 2011 schuil. Tot dat moment kon Nuhanovic geen vordering tegen hem indienen. Sinds 2011 is hij in Nederland. De Nederlandse rechter lijkt bevoegd, maar wegens het ontbreken van gesubsidieerde rechtsbijstand is een vordering hier niet haalbaar. Als Mladić wordt veroordeeld, zal hij zijn straf in een ander land uitzitten. Moet Nuhanovic naar dat land om zijn vordering aanhangig te maken? Moet dat land voorzien in de kosten van rechtsbijstand?

Eén van de redenen voor de oprichting van het Joegoslavië Tribunaal (en andere internationale tribunalen) is om recht te doen aan het leed van de slachtoffers. De strafrechtelijke veroordeling kan aan de basis liggen van een schadeclaim van de slachtoffers, zo was de gedachte. Het Joegoslavië tribunaal steunt op nationale jurisdicties om een dergelijke vordering mogelijk te maken. Over de implementatie van vorderingen van slachtoffers in nationale staten is echter nauwelijks nagedacht. Die vorderingen lopen al vast bij de voorziening van rechtsbijstand. Als Nederland in het geval van Nuhanovic vindt dat het niet het meest aangewezen land is, welk land is dat dan wel? Natuurlijk wil geen enkel land opdraaien voor de kosten, maar deze benadering leidt tot het heen en weer schuiven van de slachtoffers. Als deze benadering strikt wetstechnisch deugt, is het dan geen tijd dat de wet wordt aangepast, zodat slachtoffers die hun recht willen halen voor een internationaal tribunaal dat op Nederlands grondgebied gevestigd is en over wier vordering de Nederlandse rechter bevoegd is, voor het indienen van die claim rechtsbijstand kunnen krijgen?

Wel valt er alles voor te zeggen dat de daarmee gemoeide kosten niet alleen door Nederland gedragen hoeven te worden en dat dit een zaak is van alle staten die het tribunaal hebben opgericht. Bij vervolging hoort immers ook dat je verantwoordelijkheid neemt voor diegenen die dagelijks met het door de misdrijven aangerichte leed verder moeten leven. 

 

Prof mr. Liesbeth Zegveld is Hoogleraar ‘War Reparations’ aan de Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in aansprakelijkheid voor mensenrechtenschendingen. Zij trad in deze zaak op als advocaat voor de gedupeerde nabestaande van Srebrenica.

"/>

Gepubliceerd: 20-05-2015

Laatst gewijzigd: 20-05-2015

Integrale uitspraak >>

Top